Skip to content

De kracht van Compassionate Communities

9 september 2025

In onze samenleving is zorg vaak iets dat we toeschrijven aan professionals: artsen, verpleegkundigen en zorgorganisaties. Maar wat als zorg niet alleen iets is wat je ontvangt, maar ook iets wat je samen draagt? Dat is precies de gedachte achter Compassionate Communities — een beweging die uitnodigt om samen te leven tot het laatst. Om als buren, vrienden en familieleden een rol te spelen in het zorgen voor elkaar, juist in de laatste levensfase.

 

Wat is Compassionate Communities?

De beweging ontstond in 2005, naar aanleiding van een artikel van de Britse onderzoeker Allan Kellehear. Vanuit Engeland groeide het uit tot een wereldwijde beweging. In Nederland en Vlaanderen wordt het ook steeds belangrijker. Steeds meer lokale initiatieven proberen de drempel te verlagen om te praten over leven, sterven, verlies en rouw — thema’s die iedereen raken, maar waar we het vaak moeilijk vinden om over te spreken.

Ook in Gooise Meren is zo’n initiatief van de grond gekomen: Samen leven tot het laatst. Een groep betrokken inwoners, zorgprofessionals en vrijwilligers werkt hier samen aan een meer zorgzame gemeenschap, waarin de laatste levensfase niet iets is wat je alleen doormaakt.

De drijvende kracht: Bart Schweitzer

Eén van de kartrekkers van dit initiatief is Bart Schweitzer. Hij was jarenlang huisarts en wijdde een groot deel van zijn loopbaan aan palliatieve zorg. Twee tot drie jaar geleden stopte hij met werken als arts, maar het thema liet hem niet los.

“Ik hoorde steeds vaker dat er in de palliatieve zorg dingen beter konden,” vertelt hij. “Tijdens een congres kwam ik in aanraking met Compassionate Communities. Dat raakte me. Waarom laten we zoveel beslissingen en zorgmomenten over aan professionals, terwijl we zelf 95% van de tijd bij elkaar zijn?”

Bart besloot het gesprek aan te gaan in zijn woonplaats Muiden, onderdeel van de gemeente Gooise Meren. Hij schreef instellingen aan — het hospice, de gemeente, Amaris en betrokken inwoners — en organiseerde een eerste bijeenkomst. “Er was zoveel enthousiasme dat we wisten: dit mag niet bij één avond blijven. Inmiddels bestaan we een jaar en telt de groep zo’n vijftig leden — de helft professionals, de helft burgers.”

Samenwerking met Amaris

Vanaf het begin is Amaris betrokken bij de beweging in Gooise Meren. Deze samenwerking laat zien hoe professionele zorg en gemeenschap elkaar kunnen versterken. Want zorg houdt niet op bij de voordeur van een instelling — het leeft juist verder in de straten, keukens en harten van mensen. Waar de één medische kennis biedt, brengt de ander tijd, aandacht en warmte.

Van lichtjestocht tot dialoogtafel

De activiteiten in Gooise Meren zijn divers en laagdrempelig. Zo vond op 2 november 2025 een lichtjestocht plaats in Muiden, georganiseerd vanuit de Grote Kerk, ter nagedachtenis aan overledenen. Ook wordt gewerkt aan een theatervoorstelling die op luchtige maar inhoudelijke wijze ruimte biedt voor gesprek over leven en sterven. Daarnaast organiseert de groep dialoogtafels, waar inwoners met elkaar in gesprek gaan over verlies, zorg en samenleven.

Zorg als gedeelde verantwoordelijkheid

Het doel van Samen leven tot het laatst is duidelijk: een samenleving waarin we samen zorgen — niet alleen professionals, maar ook buren, vrienden en familie.

Volgens Bart vraagt dat om een cultuurverandering. “Goede zorg gaat niet alleen over medische begeleiding, maar over nabijheid en aandacht. Soms is een luisterend oor al genoeg, of een klein gebaar: een boodschap doen, iemand naar het ziekenhuis brengen, of gewoon even samen zijn.”

Binnen de beweging is er veel aandacht voor inclusiviteit. “We willen iedereen betrekken,” zegt Bart. “Juist door verschillende culturen en gewoontes leren we van elkaar. De laatste levensfase hoeft niet zwaar te zijn — het kan ook een tijd zijn van verbinding en mooie herinneringen.”

Vooruitblik: een samenleving die samen zorgt

De toekomst van Compassionate Communities vraagt om geduld en volharding. “Het is werk van een lange adem,” zegt Bart. “Maar als mensen meer durven praten over verlies en zorg, en leren dat ze iets voor elkaar kunnen betekenen, dan verandert er echt iets. Ik hoop dat we in Nederland uiteindelijk een cultuur krijgen waarin we allemaal een beetje meer voor elkaar zorgen — tot het allerlaatst.”